Welkom bij mr. Frits van der Kamp 

Fiscaal Adviseur Familierecht

Blog

Postrelationele solidariteit bij afstortingsverplichting van toekomstvoorzieningen in eigen beheer nu ook bevestigd door de Hoge Raad! 

overzicht:  volledig / samenvatting

De Hoge Raad & postrelationele solidariteit

Geplaatst op 27 april, 2017 om 6:25 Comments reacties (0)

De Hoge Raad & postrelationele solidariteit met een knipoog naar Uitfasering Pensioen eigen beheer...


Datum uitspraak Hoge Raad 14 april 2017

In de heden gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad bevestigt de Raad het inmiddels door de Gerechtshoven breder aanvaarde principe van de “post-relationele solidariteit” bij onderdekking pensioen in eigen beheer!


De inmiddels te onderkennen lijn in de "afstortingsjurisprudentie" bleek uit de uitspraken van Hof Den Haag, 16 december 2015, Hof Den Haag, 25 november 2015 alsmede Hof Den Haag, 18 juni 2014. De vraag of de Hoge Raad eenzelfde lijn als koers zou volgen, lijkt hiermee beantwoord!

 

Het richtsnoer is hiermee, met een knipoog naar de steeds hoger opgelopen rekenrente (markt!), als volgt: ..."maar dat het (HOF: FK) heeft miskend dat het vervolgens had te onderzoeken of het in [A] B.V. aanwezige kapitaal toereikend is om én de pensioenaanspraak van de man af te storten, én de overblijvende pensioenaanspraak van de vrouw te dekken"!

 

Het gaat immers om de pensioen veiligstelling van beide ex-partners! Het inmiddels aangenomen wetsvoorstel Wet Uitfasering pensioen in eigen beheer per 1 april 2017 wordt nog als mede gevolg van de dalende marktrente aangehaald. Lang leve het pensioen! maar niet meer verder in eigen beheer....

 

In het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht (FJR) van mei 2015 beschreef ik de stand van zaken betreffende afstortingsjurisprudentie. De door de Hoge Raad gehanteerde overweging werd als eerste gebruikt in een uitspraak van Rechtbank Middelburg van 22 december 2010, waarin eveneens werd bepaald dat de vrouw een even zo groot recht heeft op de pensioenaanspraken als de man. In dat geval was echter sprake van een inactieve BV, er werd geen materiële onderneming gedreven.

 

Voor de volledigheid is van belang te zien dat door de Hoge Raad niet wordt ingegaan op de financierbaarheid ofwel de mogelijkheid om de middelen mogelijk extern aan te trekken door middel van een lening bij een bank, om aan de afstortingsverplichting jegens de ex-partner/dekking voor de voortzettende DGA uitvoering te geven. Dat is immers wat de Hoge Raad in 2007 in de eerste afstortingsuitspraak vermeldde. Dit uitgangspunt zou mogelijk ook voor de pensioendekking van de DGA kunnen worden gebruikt.



Rss_feed