Welkom bij mr. Frits van der Kamp 

Fiscaal Adviseur Familierecht

Blog

IJkpunten bij exit PEB in een "verrekeningsuitspraak"

Geplaatst op 27 april, 2017 om 6:45

Belangrijke ijkpunten bij afschaffen van pensioen in eigen beheer in een "verrekeningsuitspraak"!


De rechtbank Zeeland West-Brabant heeft zich in een uitspraak van 21 juli 2016 uitgelaten over de fiscale aspecten van lijfrente- en pensioenverrekening. Chapeau!

Het was de eerste uitspraak van dezelfde rechtbank voor het eerst in 2011 over de (voor menigeen, of moet ik zeggen: velen!) verrassende toepassing van artikel 3.102, lid 3, Wet IB. Over de ins en outs schreef ik in 2009 al eens uitgebreid, binnenkort treft u meer!


Wat valt verder op in deze zaak? De rechtbank spreekt zich als eerste uit over een toepassing van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) en wel als volgt:

 

"Tussen partijen is niet in geschil dat indien de Wet VPS is toegepast, de verevening van de pensioenrechten niet leidt tot toepassing van artikel 3.102, derde lid, van de Wet. De rechtbank acht dit standpunt juist."

Dat is een belangrijke stap die men zet, de vraag is allereerst of dat juist is. Naar mijn mening is dat afhankelijk van de vraag of er in ruil voor een eventueel ongelijke verevening (i.c. met conversie) iets anders is ontvangen.

 

Een tweede belangrijke melding betreft -naast de bevestiging dat als lijfrenten vanuit een gemeenschap ongelijk worden gedeeld, er iets anders in de boedel wordt ontvangen tegenover het "mindere" aan waarde dat men aan lijfrenten kreeg, er een heffing en aftrek plaatsvinden: heffing krachtens een "periodieke uitkering" in de zin van artikel 3.102, lid 3 Wet IB bij de genieter van het "andere dan lijfrente". Een aftrek ogv artikel 6.3 Wet IB bij degene die het meerdere aan lijfrente kreeg.

 

Opvallend: de latentie wordt niet beoordeeld. Kennelijk volgt de inspecteur/rechtbank de door partijen overeengekomen belastinglatentie van 20%. Ik schreef hierover al eerder naar aanleiding van de Hoge Raad uitspraak van 28 november 2014, waarin de Raad terug lijkt te zijn gekomen op een eerdere uitspraak uit 2006 (maar dat naar mijn opvatting nimmer anders heeft bedoeld....).

 

Tot zover de fiscale cadeautjes van de Rechtbank als hulpmiddelen bij de vaststelling van de vorm en hoogte van de "instemmingscompensatie"!

Categorieën: Geen

Plaats een reactie

Oeps!

Oops, you forgot something.

Oeps!

De woorden die je hebt ingetypt komen niet overeen met de opgegeven tekst. Probeer het nogmaals.

0 reacties